Criminelen opereren het meest dicht bij huis

Ruim de helft van de ver­dach­ten van een mis­drijf woont in de gemeen­te waar het delict is gepleegd. Dat blijkt uit ana­ly­ses van de cri­mi­na­li­teits­cij­fers over 2016 van het Cen­traal Bureau voor de Sta­tis­tiek.

De poli­tie regi­streer­de vorig jaar 268.000 ver­dach­ten. Bij­na een der­de kwam uit een ande­re Neder­land­se gemeen­te. Eén op de zeven ver­dach­ten (rond 14 pro­cent) had geen vast woon­adres in Neder­land.

Ver­dach­ten wonen rela­tief vaak in de gro­te stad. Bij één op de vijf mis­drij­ven woon­de de ver­dach­te in een van de vier gro­te ste­den, Amster­dam, Rot­ter­dam, Den Haag, of Utrecht.

Als wordt geke­ken naar die vier gro­te ste­den, dan gebeurt het ‘thuis­ple­gen’ het minst vaak in Amster­dam.

 

Zakkenrollerij

Bij­na een kwart van de ver­dach­ten van mis­drij­ven in Amster­dam woont niet offi­ci­eel in Neder­land. De vele geval­len van zak­ken­rol­le­rij in de hoofd­stad spe­len daar­bij een rol. Hage­naars die het cri­mi­ne­le pad op gaan, hou­den de afstand beperkt. Twee­der­de van de ver­dach­ten van een mis­drijf in de hof­stad woont daar ook.

Van ande­re gro­te­re gemeen­ten bui­ten de Rand­stad heb­ben Den Hel­der en Leeu­war­den ver­hou­dings­ge­wijs nog meer ‘thuis­ple­gers’: res­pec­tie­ve­lijk 77 pro­cent en 70 pro­cent.

In de gro­te­re grens­ge­meen­ten komt een groot deel van de ver­dach­ten van bui­ten. In Roer­mond, Maas­tricht, Ven­lo en Roo­sen­daal heeft meer dan één op de vijf van de gere­gi­streer­de ver­dach­ten geen Neder­lands adres.