Deze week staan ze naar verwachting op het bordes naast Koning Willem-Alexander. De ministers van het kabinet Rutte III. Met een kleine meerderheid in de Tweede Kamer gaan de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie samen regeren. In de komende week debatteert de Tweede Kamer over het regeerakkoord.

INKOMSTENBELASTING

Het huidige vierschijvensysteem in box 1 (inkomen uit werk en woning) wordt vanaf 2019 vervangen door een tweeschijvensysteem. Dit stelsel heeft een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%. Het toptarief wordt bereikt bij een inkomen van ongeveer € 68.600,- en verandert tijdens deze kabinetsperiode (2017 – 2021) niet. In box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) wordt het tarief in 2020 verhoogd van 25% naar 27,3% en vanaf 2021 wordt het tarief 28,5%. In box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) wordt het heffingsvrije vermogen (het gedeelte van het vermogen waarover u geen belasting hoeft te betalen) verhoogd. Dit wordt € 30.000,- per belastingplichtige (€ 60.000,- voor fiscaal partners). Daarnaast wordt meer naar de actuele rentes van spaargeld gekeken voor het bepalen van het fictief rendement en dus de verschuldigde belasting. Ook wordt gekeken naar een stelsel waarin het werkelijk behaalde rendement wordt belast. Heeft u meer vermogen in box 3 dan het heffingsvrije vermogen, dan betaalt u 30% belasting over een fictief rendement. Heeft u meer vermogen en/of wilt u gaan beleggen? Laat u dan adviseren door uw financieel adviseur. Hij informeert u graag over de manieren waarop u belasting kunt besparen.

AFBOUW HYPOTHEEKRENTEAFTREK EN AFSCHAFFING WET HILLEN

Betaalde hypotheekrente kan onder voorwaarden worden afgetrokken in box 1. Het percentage waartegen dat kan, wordt sneller afgebouwd dan op dit moment in de wet is opgenomen. De huidige jaarlijkse afbouw van 0,5%-punt, wordt vanaf 2020 3%-punt. In 2023 is het basistarief van 36,93% bereikt. Als de hypotheekrente wordt afgetrokken in de hoogste schijf, dan krijgt de belastingplichtige een fiscale ‘bijtelling’ ter hoogte van het verschil. Dit wordt ook wel de tariefsaanpassing genoemd. Tegenover de hypotheekrenteaftrek staat het eigenwoningforfait. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van de eigen woning dat wordt opgeteld bij het inkomen in box 1. Wanneer u de hypothecaire lening geheel of zo goed als geheel heeft afgelost, kan het eigenwoningforfait hoger zijn dan de hypotheekrenteaftrek. De Wet-Hillen regelt, simpel gezegd, dat mensen die hun hypotheek helemaal of bijna volledig hebben afgelost, geen eigenwoningforfait hoeven te betalen. In de nieuwe kabinetsplannen wordt de Wet Hillen in dertig jaar stapsgewijs afgebouwd (afschaffing in 2048). Hierdoor gaan huiseigenaren met geen of een kleine eigenwoningschuld alsnog belasting betalen over het bezit van hun eigen woning. Om deze mensen te compenseren, wordt het percentage van het eigenwoningforfait verlaagd van 0,75% naar 0,6% van de WOZ-waarde van de eigen woning.

Stel, u heeft een inkomen van € 80.000,- en een woning met een WOZ-waarde van € 300.000,-. Uw hypothecaire lening is € 300.000,- met een rente van 3%:

 Inkomen box 1 € 80.000,-
 Hypotheekrenteaftrek €   9.000,- -/-  (= 3% van € 300.000,-)
 Eigenwoningforfait €   1.800,- +  (= 0,6% van € 300.000,-)
 Uw belastbaar inkomen box 1  € 72.800,-

 

HYPOTHEEK AFGELOST

Stel u heeft uw hypothecaire lening geheel afgelost. Dan zou er met de Wet Hillen een aftrekpost zijn van € 1.800,-, zodat u geen belasting betaalt over het eigenwoningforfait. Het belastbaar inkomen zou dan € 80.000,- zijn. Als de Wet Hillen in 2048 volledig is afgeschaft, wordt uw belastbaar inkomen € 1.800,- hoger en dus € 81.800,-.

NIEUW PENSIOENSTELSEL

Het nieuwe kabinet streeft ernaar om in 2020 een nieuw pensioenstelsel te hebben. Begin 2018 moet er overeenstemming zijn over de invulling ervan, zodat begonnen kan worden met het ontwikkelen van wetgeving. Het kabinet gaat de mogelijkheden onderzoeken om persoonlijk pensioenvermogen te combineren met het behoud van collectieve risicodeling. Het behouden van de sterke elementen van het huidige pensioenstelsel is het uitgangspunt. Denk hierbij aan de verplichtstelling om pensioen op te bouwen, de collectieve uitvoering, de risicodeling en de fiscale ondersteuning. Het huidige pensioenstelsel wordt hervormd, zodat dat beter gaat aansluiten op de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Zo wordt de doorsneesystematiek bijvoorbeeld afgeschaft. Bij de doorsneesystematiek betaalt iedereen dezelfde premie en bouwt iedereen hetzelfde pensioen op. Dit gaat dan een leeftijdsonafhankelijke premie worden. Deelnemers krijgen vervolgens een pensioenopbouw die past bij de ingelegde premies. Daarnaast worden nieuwe pensioencontracten ontwikkeld. Hierin wordt het overzichtelijk wat u als deelnemer opbouwt en kan de rentegevoeligheid afnemen. Ook komt er meer keuzevrijheid en wordt onderzocht of een deel van het pensioen als bedrag ineens bij pensionering opgenomen kan worden. Tot slot krijgen zelfstandigen de mogelijkheid om vrijwillig deel te nemen aan een pensioenregeling. De hervorming van het huidig pensioenstelsel kan grote gevolgen hebben voor uw pensioenopbouw. Wilt u inzicht in uw financiële situatie bij pensionering? Neem dan contact op met uw financieel adviseur.

STRUCTURELE GIFTENAFTREK CULTURELE INSTELLINGEN

In onze eerdere nieuwbrief informeerden wij u dat de verhoogde giftenaftrek aan culturele instellingen met een jaar zou worden verlengd (tot 1 januari 2019). Dit omdat het nieuwe kabinet nog een beslissing moest nemen over het eventueel voortzetten van de verhoogde aftrek. Uiteindelijk is in het regeerakkoord opgenomen dat de verhoogde vrijstelling structureel wordt gemaakt. Vanaf 2012 geldt in de inkomstenbelasting een verhoogde aftrek (+ 25%) voor giften aan culturele instellingen. Met de verhoogde aftrek worden donateurs gestimuleerd om giften te doen aan culturele instellingen, bijvoorbeeld aan bepaalde theatergroepen, schouwburgen of bibliotheken. Stel dat u in 2018 in totaal € 35.000,- aan inkomsten heeft. In dat jaar schenkt u € 1.000,- aan een culturele instelling. Dan mag u deze gift aftrekken voor € 1.250,- (125% van de gift). Er geldt wel een drempelbedrag voor de aftrek van giften. De aftrek van giften wordt gecorrigeerd met 1% van de totale inkomsten in 2018. In dit geval komt dat neer op € 350,-. De aftrek bedraagt dus uiteindelijk € 900,- (€ 1.250,- -/- € 350,-). Door de gift aan een culturele instelling betaalt u dus inkomstenbelasting over een bedrag van € 34.100,-, in plaats van over € 35.000,-. Bij een ‘gewone’ gift van € 1.000,- zou de aftrek € 650,- bedragen (€ 1.000,- -/- € 350,-). Dat is € 250,- lager dan een gift aan een culturele instelling.

Bron: Scildon